Home - Wie ben ik? - Mijn schrijfsels - Schrijven op opdracht - Contact


Mijn schrijfsels
   
   
Opdrachten
Bang voor morgen
  Afmaakopdracht
Het mooiste kerstcadeau
 
Kinder- & jeugdverhalen
  Fee
 
Engels
  Rainy Night
   
Drama
Het gevaar
  Rozen verwelken
 
Column
Schookrant
  Nu
   
   

Het verhaal van Fee
geschreven in de 2e helft van 2008

Hoofdstuk 1 - 2 - 3 - 4 - 5

Hoofdstuk 3, Fee's talent

We praatten de hele middag en avond. Miezemies liep braaf heen en weer. Toen het buiten zo donker werd dat de straatverlichting aanging plofte Miezemies in het midden van de kamer neer en zei dat ze er genoeg van had. Het zou veel handiger zijn als Fee en ik zelf konden praten, vond ze. Terwijl ze met een diepe zucht haar kopje op haar poten legde verzuchte ze dat praten met mensen misschien maar Fee’s talent moest worden. Dan hoefde zij in ieder geval niet meer telkens boodschappen heen en weer te brengen.
   Nu weet ik niet precies hoe Fee daarop reageerde toen Miezemies het zei, want ik kon haar natuurlijk niet zien of horen, maar ik vond het een geweldig idee! Want, als dat Fee’s talent zou zijn, dan zou ik haar kunnen zien en horen, en dat wilde ik heel erg graag.
   Aangezien Miezemies in slaap was gevallen, moest ik in ieder geval tot de volgende dag wachten om Fee’s reactie te horen. Ik kon er bijna niet van slapen. Misschien zou ik leren een fee te zien en ermee te praten. Wat zou dat geweldig zijn! Het was al zo geweldig om alle verhalen van Fee te horen, maar misschien zou ik het nu zelf allemaal wel gaan zien. Haar broers en zussen, een feeëngeboorte, de feesten, de plezieravonden – uren lag ik wakker met allerlei prachtige ideeën en fantasieën in m’n hoofd. Uiteindelijk viel ik in slaap en droomde ik van allemaal fladderende vlinders op boterbloemen en aardbeien. Toen ik wakker werd, was Miezemies weg. Miezemies is een lief dier, maar soms heeft ze zo haar nukken. Ik denk dat ze een beetje boos op me was, omdat ik haar de hele avond heen en weer had laten lopen. Poezen zijn namelijk nogal hoogachtende wezens die heel lief en behulpzaam zijn. Maar ze kunnen er slecht tegen als iemand anders hen vertelt wat ze moeten doen. Miezemies had graag willen helpen en in ’t begin vond ze het ook helemaal niet erg om als boodschapper te dienen. Maar gaande weg de avond voelde ze zich steeds minder gewaardeerd. Zowel Fee als ik hadden haar wel een beetje op zitten juinen om steeds vlugger te lopen en te vertellen en dat had ze ons niet in dank afgenomen. Ze was een luchtje gaan scheppen en ik wist dat ze eigenwijs genoeg was om lang weg te blijven. Nou, daar was dan niets aan te doen. Ik moest toch nog boodschappen doen, dus zorgde ik ervoor dat ik extra lekkere brokjes voor Miezemies meenam om het allemaal een beetje goed te maken. En voor Fee nam ik pindakaas mee. Daar had ik ook oververteld en ze was er erg nieuwsgierig naar geworden. Eenmaal thuis duurde het niet lang voordat Miezemies statig binnen kwam stappen. Het was overduidelijk dat ze boos was en ik moest goed m’n best doen om haar zover te krijgen dat ze me verder wilde helpen. Dat zou ze alleen doen, als ze als waardig lid van de groep werd gezien en niet alleen als boodschapper. Ik beloofde dat plechtig en nadat Miezemies een kwartiertje in de hoek onder het raam had zitten staren begreep ik dat Fee het ook beloofd had.

Gedrieën zaten we in een kring om ons plan van aanpak te bespreken. Ik had een groot vel papier op tafel gelegd om van alles op te kunnen schrijven. Miezemies was naast het papier op tafel gaan liggen en doordat ze haar kopje naar links draaide als ze tegen Fee sprak, begreep ik dat Fee ook op tafel was komen zitten. Dit was wel zo gemakkelijk voor Miezemies, die weer helemaal vrolijk was en zin in ons plannetje had.
   Een van de dingen die ik me de avond daarvoor in bed bedacht had, was ingewikkeld: was het nou zo dat Fee en ik elkaar niet konden horen? Of was het misschien zo dat we elkaars taal niet begrepen? Ik dacht dat dit wel de moeite waard was om uit te zoeken. Ik kon Fee niet horen. Dat was heel duidelijk. Maar kon zij mij ook niet horen? Dat moest ik haar dus eerst vragen.
   Miezemies hoefde de vraag niet eens aan Fee te stellen. Ze kon direct zelf al vertellen dat Fee me wel kan horen, maar dat ze niet begrijpt wat ik zeg. De mensenstem is voor een fee veel te laag en brommerig om wijs uit te kunnen. En daarnaast spreken feeën een eigen taal en sprak zij wel een aantal dierentalen en een verschillende dialecten feeën-, elfen- en kaboutertaal, maar mensentaal sprak zij niet.
   Goed, Fee kon mij dus horen, maar niet verstaan. Dat was al iets. Maar waarom kon ik haar dan niet horen? Miezemies wist ook hier het antwoord op. Voor het horen en zien van feeën geldt hetzelfde. Mensen kunnen het wel – heel soms en alleen onder strikte voorwaarden zoals ik eerder al vertelde. Dit geldt dus ook voor het horen van feeën. Alleen wisten Miezemies en Fee zelf niet wat de voorwaarden voor het horen van feeën zijn. Het gebeurde zelden dat een fee gezien werd, maar het gebeurde nog veel minder vaak dat een fee gehoord werd, daarom was daarover veel minder bekend. Misschien was het wel zo dat feeën te zachtjes praten om gehoord te worden door mensen. Mijn eerste idee was daarom dat Fee heel hard in m’n oor moest roepen. Misschien zou ik dat wel horen. Miezemies gaf het door en aan haar ogen te zien, waarmee ze Fee gade sloeg, fladderde Fee naar mijn schouder. Miezemies bleef naar m’n schouder staren, dus Fee moest daar zijn. Ik voelde niets. Geen zachte voetjes op m’n schouder, geen windvlaagje van de vleugels – helemaal niets. Ik hoorde ook niets. Ik deed m’n ogen dicht om nog beter te kunnen horen. Soms helpt dat, dat heb je vast zelf ook wel eens gedaan als je heel graag iets wilde horen wat eigenlijk te zachtjes was om te horen. Maar hoe ik ook m’n best deed, ik hoorde helemaal niks, geen piepje, geen zuchtje, geen kuchje. Uiteindelijk schudde Miezemies haar kopje en zei dat Fee moe-geschreeuwd en met een zere keel terug gefladderd was naar haar plekje op de tafel. Volgens Miezemies was ze uitgeput, zo hard had ze staan schreeuwen. Het eerste idee was dus mislukt.
   Hmmm, dit bleek moeilijker dan ik dacht. Hoe moest ik dit nu aanpakken? Al nadenkend zat ik aan Miezemies’ oren te friemelen. Dat vindt ze altijd heel lekker en daar gaat ze hard van spinnen. Na een poosje hard nagedacht te hebben vroeg ik aan Miezemies of ze aan Fee wilde vragen of Fee misschien een idee had. Dat kon ze niet, zei Miezemies, want Fee was in slaap gevallen. Nou ja, riep ik, zomaar op de harde tafel? Nee, tuurlijk niet, grinnikte Miezemies, Fee was tussen haar voorpootjes in slaap gevallen. Ze was daar lekker gaan zitten en het snorren van Miezemies had haar in slaap gesust. Ik keek naar Miezemies’ voorpootjes. Wat was het toch raar dat ik wel wist dat ze er was, maar dat ik haar niet kon zien. Toen zag ik opeens de haren op Miezemies pootje zachtjes wuiven. Miezemies had het zelf ook gezien en toen ik vroeg wat dat was, zei ze dat Fee slapend van haar pootje afgerold was. Het wuiven van Miezemies’ vacht was in feite Fee die door de vacht rolde. Ik kon Fee dus niet zien, maar ik kon wel zien dat zij door de vacht van Miezemies rolde! Maar als ik dat kon zien, kon ik dan misschien nog meer dingen zien die Fee deed? Zou ik het zien als zij het papier verschoof, of de pen wegduwde? Miezemies dacht dat dat wel zou kunnen. Ze porde Fee wakker en vroeg het haar. Fee wist het niet. Alle feeën wordt met de paplepel ingegoten dat ze heel voorzichtig moeten zijn in de buurt van mensen. Ze mogen nooit herrie maken of gek doen. Ze leren al heel vroeg bij mensen uit de buurt te blijven en heel onopvallend te zijn, maar eigenlijk wist ze helemaal niet waarom dat zo was. Ze vond het een spannend idee en liep op de pen af om die weg te duwen. Met alle macht probeerde ze de pen een eindje op te schuiven, maar hoe ze het ook probeerde, ze kreeg er geen beweging in. Het zal ook niet geholpen hebben dat ik juist de allermooiste, allerzwaarste vulpen gepakt had om mee te schrijven. Miezemies wees me hierop en na wat gerommel in een van de keukenlaatjes vond ik een half opgeschreven potloodje. Fee dacht ook dat het daarmee wel moest lukken en inderdaad kreeg ze het voor elkaar om het potloodje over het papier te laten rollen. Wat was dat prachtig! Ik zag dat het potloodje het ene moment stil lag en het volgende moment over het papier rolde. Ik kon zien wat Fee deed! Ik kon Fee nog steeds niet zien, maar dit was al heel mooi!

Maar hoe nu verder? Fee dacht dat ze misschien een boodschap op kon schrijven, maar het potloodje was veel te zwaar voor haar om mee te schrijven en iets anders had ik niet. Ik vroeg of zij misschien een feeën potloodje had, maar zoiets bestond niet. Feeën gebruiken namelijk geen pen of papier. Als zij iets willen onthouden, dan maken ze er een rijmpje van en leren dat uit hun blote hoofd. Als het echt zo belangrijk is dat het voor altijd bewaard moet blijven, dan gaat een fee naar de wijze fee. Elke feeën stam heeft een wijze fee, dat is de wijste fee van de stam. Deze fee is meestal een hele tijd weggeweest en heeft over de wereld gezworven en andere feeën stammen bezocht. Deze fee weet meer dan alle andere feeën bij elkaar. Feeen stammen ruilen hun wijze feeën soms ook wel uit, omdat het net lijkt of de wijze fee van een andere stam meer weet dan die van de eigen stam. De wijze fee van Fee’s stam heette Pomm. Oorspronkelijk kwam hij van de stam van de Peterfeeen. Elke feeënstam heeft een voorkeursletter, dat maakt het gemakkelijk om de stammen uit elkaar te houden. Meestal is het de beginletter van de naam van de stamfee, in dit geval de P van Peter. Bij de stam van Fee was het de F van Feardorcha. De wijze fee was dan ook vaak de enige fee van wie de naam met een andere ltter begon, daaraan herkende je de wijze fee dan ook meestal.
   In dit geval was de wijze fee Peter. Als er iets zo belangrijk was dat het voor altijd bewaard moest blijven, dan gingen de feeën van Fee’s stam naar Peter. Peter woonde in een enorme grote, oude olm. De olm was zo oud dat hij hol begon te worden en in de holtes had Peter een doolhof aan telmazen aangelegd. Een telmaas is een soort telraam, zoals de kinderen vroeger gebruikten om mee te leren rekenen. Een telraam lijkt op een groot raam, maar er zit geen glas in. In plaats van glas zijn er draden van de ene kant naar de andere kant gespannen. Bij een rekentelraam van vroeger lopen de draden van boven naar beneden, maar bij een feeën telmaas lopen de draden van links naar rechts. Op de draden zitten allemaal gedroogde bessen en noten geregen. Net als de kralen van een ketting. Door deze bessen in een bepaalde volgorde te zetten konden boodschappen gemaakt worden. Het was een soort geheimcode. Mensen kennen ook zoiets, dat heet morse code. Elke combinatie van noten en bessen betekende een ander woord. Je zult begrijpen dat dit een heel ingewikkeld gedoe was en ik zal je niet vermoeien met de precieze uitleg. Het is alleen belangrijk te weten dat feeën op deze manier hun verhalen vastlegden. Schrijven met pen en papier kennen zij niet. Zij weten niet eens wat een pen of een stuk papier is. Fee had het potlood wel weggeduwd, maar ze had niet geweten dat het een potlood was of waar het voor diende. Boodschappen naar elkaar schrijven was er dus niet bij.
   Praten lukte niet, schrijven lukte niet, maar ik kon het wel zien als Fee iets bewoog. Misschien moesten we verder nadenken over het zien. Misschien was er wel een andere manier om Fee te kunnen zien. Miezemies dacht ook dat dit wel een goed idee zou zijn. Perslot kon zij Fee wel zien. Maar hoe moesten ze dat dan aanpakken? Ik wist wel dat een mens een fee kan zien in de weerkaatsing van het felle zonlicht. Maar ja, ik kon niet in de felle zon kijken en een zonnebril zou niet helpen. Maar, ik kan wel recht in het maanlicht kijken! Iedereen weet dat maanlicht, net als zonlicht toverkracht bezit. Kijk maar eens naar hoe het zonlicht de dauwdruppels in de vroege ochtend kan laten glanzen alsof het parels zijn. Als dat geen toverkracht is, dan eet ik m’n pet op. Maanlicht is minder krachtig dan de zon en je zou denken dat het maanlicht daarom minder toverkracht bezit, maar dat is niet waar. De toverkracht van de maan is wel anders dan die van de zon. Hoe precies, dat wist ik niet, maar het was wel de moeite waard om er achter te komen of ik Fee misschien in het maanlicht wel zou kunnen zien.
   Die avond zaten Miezemies en ik gespannen op de maan te wachten. Ik denk dat Fee er ook bij was, maar ik kon haar natuurlijk niet zien. Miezemies zat op de vensterbank en haar staart zwiepte wat onrustig heen en weer. Ze vond het ook een spannend avontuur. Ik zelf kon niet goed stil zitten. Wat duurt wachten toch lang als je niks te doen hebt! Toen ik in de keuken aan het rommelen was met de afwas hoorde ik Miezemies roepen: de maan was er! Een heel klein sikkeltje stond aan een bewolkte, donkere hemel. Het ene moment was het sikkeltje te zien, het andere moment verdween het achter een wolk. Het gaf een heel flauw licht wat eigenlijk niet eens een schaduw veroorzaakte. Teleurgesteld zat ik daar; met deze maan konden we niets beginnen. We zouden geduld moeten hebben tot het onbewolkt was en misschien zelfs wel tot het volle maan was.
   De volgende avonden zaten we gedrieën – ik ga er maar steeds van uit dat Fee er ook bij was – voor het raam op de maan te wachten. Elke keer weer waren we vol verwachting, maar het was of te bewolkt om iets te kunnen zien of de maan was niet groot genoeg.

Naar hoofdstuk 4 >>>